|
Uit: Gulpens verleden. Vele (holle) wegen leiden naar Gulpen 22. Gulpen heeft natuurlijk in het verleden nogal wat industrie binnen haar grenzen gehad. Als je geïnteresseerd bent in de historie van onze streek, kun er niet omheen ook hier aandacht aan te besteden. Een voor de hand liggend item zou dan de Gulpener Bierbrouwerij kunnen zijn. Ik schreef al vaker dat ik allereerst op zoek ga of niet al iemand dat voor mij gedaan heeft. Dat bespaart enorm veel tijd. In het geval van de Gulpener Bierbrouwerij is dat al op een voortreffelijke manier gedaan door Fr. G. H. M. Crutzen en is gepubliceerd in het jaarboek van 1996 van de ‘Historische Heemkundige Studies in en rond het Geuldal’. Hier kan ik niets meer aan toevoegen. Er is in het verleden meer industrie in Gulpen geweest. En dan vind je vaak gegevens over een bepaalde nijverheid in boekjes waarin je het niet verwacht. Zo kwam ik onlangs in het bezit van een oud VVV-boekje van Gulpen. Daar staan prachtige foto’s in van Gulpen en ook diverse verhalen. En een daarvan wordt gesierd met de onderstaande kop:
IN HET GEULDAL WAAR DE FOUARGE JAMAICA-RUMBONEN “GROEIEN”
Natuurlijk begint het verhaal over de chocoladefabriek, zoals ze in die tijd in de volksmond werd genoemd, met het steken van enorme pluimen op de hoed voor wat betreft de schoonheid van de natuur in en rond Gulpen. Ik laat U even meegenieten: ‘Langs de glooiende, zonbeschenen hellingen, die rijzen uit de dalen van Geul en Gulp met hun zwalpende stroompjes, ritselt het bronsgroen eikenhout van Limburg. De kruidige geuren der veelsoortige gewassen vermengen er zich met het strelende honingaroma van de talrijke, kleurige bloemen.’ De schrijver vergelijkt het aroma van de veelsoortige gewassen met hèt “aroma van de chocoladefabriek het Geuldal”, de zoete en toch pittige geur der rumbonen, die daar “groeien”… Het boekje dateert van midden 50er jaren van de vorige eeuw. Deze conclusie trek ik naar aanleiding van de gegevens die ik in het boekje aantrof. De industrie die heel erg voornaam zou zijn in een streek waar toerisme alsmaar groeide. Het bijzondere aan hun productiemethode was dat zij een productieproces hanteerde dat van cacaoboon tot eindproduct, de rumboon liep. En was daarmee uniek in Limburg. In die jaren was massa productie gebruikelijk in dit soort fabrieken. De oprichter de heer Fouarge Sr. was al in 1919 begonnen met het maken van chocolade. In die tijd was de automatisering nog ver te zoeken en handarbeid was gebruikelijk. Dit is ook nog tot jaren erna gebruikelijk geweest.
Na de Tweede Wereldoorlog ging 80 % van de productie naar het buitenland voornamelijk naar het toenmalige Tsjecho-Slowakije, naar Engeland, Ierland, Zwitserland en Duitsland. Daardoor kreeg Fouarge natuurlijk internationale bekendheid. Net dit soort landen gingen echter geleidelijk aan hun eigen producten beschermen. Uit die tijd is bekend dat ze invoerrechten gingen heffen op producten die ze ook zelf konden maken en dat maakte dat de heer Fouarge zich moest concentreren op de binnenlandse handel. En hij deed een belangrijke zet: hij specialiseerde zich. Hij legden zich toe op het produceren van rumbonen voor de Nederlandse markt. De naam werd geboren: Jamaica-rumbonen. Het was, zakelijk gezien, een slimme zet. De Jamaica-rumbonen van Fouarge werden een begrip voor Nederland. De naambekendheid werd in heel Nederland erg groot. De rumbonen uit het “Geuldal”. Zij hadden het grootste markaandeel veroverd in deze sector. Nu bleek de productiemethode te arbeidsintensief en te tijdrovend te zijn. Weer werd vooral voor die tijd een moderne economische verandering doorgevoerd. Het invoeren van moderne “Amerikaanse” lopende band werkmethodes en door het in gebruik nemen van moderne machines werd de productie binnen vijf jaar vertienvoudigd.
Ook om de expeditie door Nederland te optimaliseren werden voor die tijd al heel moderne methodes toegepast. Een voorbeeld was dat in Amsterdam aan de Overtoom een verkoopkantoor met depot werd gevestigd. Het was natuurlijk goedverkopend, dus een gewild product dat de grossiers aantrok. Op deze manier werden de detaillisten steeds op hun wenken bediend. Uit die tijd is bekend dat de productie werd opgevoerd tot een half miljoen rumbonen per dag!!! In dit boekje lees je dan waarin mensen uit Gulpen groot waren. De voornaamste grondstof, de cacaoboon, werd uit Afrika en Zuid-Amerika ingevoerd. Het was de cacaoboon zoals ze van de boom werd geplukt. Het branden en verwerken van deze boomvrucht gebeurde in de fabriek aan de huidige Ringweg. De rumboon is eigelijk een gekristalliseerde suikercapsule die gevuld is met een preparaat dat wordt verkregen uit de cacaoboon. Dit alles gebeurde volautomatisch. Veel, zeer jeugdigen Gulpenaren werkten aan die lopende band waar zij alleen nog de rumbonen in de verpakking moesten plaatsen.
Naast deze rumbonen had de fabriek in die tijd nog meer ijzers in het vuur: chocoladecouvertures worden ze in het artikel in de oude VVV-gids genoemd. Ook hiervoor had de heer Fouarge al machines gekocht die het hele productie- en ook het verpakkingsproces overnamen. Hierdoor werd de massaproductie bevorderd. Het belangrijkste was, dat door deze volautomatische productiemethodes en ook door de radicale werkmethodes van “het Geuldal”, maakten dat hun producten prijstechnisch verkoopbaar bleven. En nog belangrijker was dat de prijs voor iedere beurs geschikt bleef. Door dit succes gedreven probeerde Fouarge begin 60er jaren van de vorige eeuw weer te infiltreren op de exportmarkt. Uitbreiding van de fabriek en ook van het machinepark werd daarvoor gerealiseerd. In het artikel van het VVV-boekje wordt de schone lucht in het Gulp- en Geuldal geroemd en ook dat deze heeft bijgedragen aan het succes van de Jamaica-rumboon. Maar het vervolg van eens zo roemrijke fabriek is minder florissant: In het Limburgs Dagblad van 19 oktober 1988 staat te lezen:
‘Gulpens gebouw rijp voor de sloop.’ ‘Publieke verkoop chocoladefabriek.’
‘De voormalige chocoladefabriek aan de Ringweg in Gulpen wordt donderdag 27 oktober 1988 om 15 uur door notaris P. L. H. Pijls uit Wittem bij opbod openbaar verkocht. De zitting vindt plaats in hotel-restaurant “In den Roden Leeuw van Limburg” aan de Wittemer allee 28 te Wittem’ Het krantenartikel uit 1988 sluit af met een heel klein bericht over het bestaan van “het Geuldal”: ‘meer dan vijftig jaar heeft de chocoladefabriek in Gulpen geopereerd. Het bedrijf van de familie Fouarge werd in 1984 aan Cosmo Food International in Rotterdam verkocht. De verhuizing naar Etten Leur in 1986 had vooral te maken met de slechte huisvesting van de fabriek. In het oude gebouw waren de mogelijkheden zeer beperkt. Er was niet voldoende opslagruimte.’ Het gebouw is rijp voor de sloop. Inmiddels heeft de gemeente het terrein van de voormalige chocoladefabriek de bestemming ‘woningbouw’ gegeven, ter afronding van het bestemmingsplan Ringweg. Met het slopen van het kantoor met bedrijfruimte, garage enz. komt een bouwterrein vrij voor het bouwen van circa vier woningen. De gemeente zelf is niet geïnteresseerd in een eventuele aankoop van het oude pand. Inmiddels zijn op het vrijgekomen perceel 9 woningen gebouwd. Een gedeelte van de fabriek is blijven staan waar momenteel Marjon Bessems en Ben van den Bisen een kunstgalerie in heeft gevestigd die de naam: “De Auw Sjoekelaatfabriek” draagt. Slechts de naam is overgebleven van de eens zo wereldwijd bekende fabriek in Gulpen. Jo SoMers
|





